document nr: NL-UtHUA_16_2246_001_001              record nr:      

Archief: Utrechts Archief   Bron: Aartspriesters Hollandse Zending, Archief van de aartspriester van Salland-Drente, toezicht op de statie Avereest, Akte van oprichting van de statie, 1842   
datum: 10 FEB 1842        plaats een opmerking
Titel: gebiedsbepaling van de nieuwe R.C. parochie in Lutten

transcriptie:
Transcriptie van Sander
Omnibus has visuris salutem in Domini Quum Nobis perspectam exploratum sid, quod Fidelibus habitantibus in Lutten per utile ford ut propiam habiant Ecle siam ad propicam Pastorem, hinc in nostra agendi ratione bonum nostrea Missionis, animarum que salutem semper inspicientes permittimus per preasens nostrum Decretum ut nova ergatur Statio , a Statione Avereest sepatata pro communtate dicta Lutten in districta Sallandiae nostrea Missionis Hollandiae quae nova Statio separatur imposterum(?) a Statione in Avereest per limites inter commemtates civiles dictas Avereest et Ambt Hardenberg en complectetur totam communitatem civilam(?) dictam. Het ambt Hardenberg in qua siti sunt pagi valgo Buurschappen dicti Lutten Kolderen (collendoorn?) Slagharen de Belten et de Witteman nec non cuctates (?) dictas Hardenberg et Grams bergen et pagos Heemse et Hoogeveen, sic ut dicta nova Statie includetur ad septentrionem per Stationem in Coevorden, ad orientem Diocecim Osnabrugensem , ad mendiem per Stationem in Ommeren et Vilsteren, et ad occidentem pet Statio nem in Avereest.
Hagusmodi limitatio ita a Nobi constitata tam a Pastore in Avereest quan a Pastore nominando in Lutten corum qua succesforibus
Blad 2 succesforibus stricte erit servanda Quare(?) exemplum preaventis Decretie quod in Archivio Vice Superioratus servatibur, dabitur Archipresbijtero Dist Sallan diae et Drenthiae co nempe fine ut per ipsum detur exemplum Pastori in Avereest, et suo tempore Pastori in Lutten quod semper Indicti stationibus conservatum manere debet ad praecavandas Inposterum omnes questiones qua oboriri posfant. In quorum fidem hasce (?) mana propria subsignatas(?) sigillogue(?) nostro manitas dedimus
Haga Comitis die decima mensis Februarie 1842
Verbeterde en aangepaste transcriptie door Emeritus Pastoor Nibbelke te Hengelo.
OMNIBUS HAS VISURIS IN SALUTEM DOMINI
Quum nobis perspectum exploratumque sit quod Fidelibus habitantibus in Lutten perutile ….( ford = geen Latijn ) ut propriam habeant Ecclesiam ac propriam Pastorem, hinc in nostra agendi ratione bonum nostrae Missionis, animarum que salutem semper inspicientes permittimus per praesens nostrum Decretum ut nova erigatur Statio , a Statione Avereest separata, pro communitate dicta Lutten in districta Sallandiae nostrae Missionis quae nova Statio separatur in posterum a Statione in Avereest per limites inter communitates civiles dictas Avereest et Ambt Hardenberg et complectetur totam communitatem civilem dictam Het ambt Hardenberg, in qua siti sunt pagi, vulgo Buurschappen dicti Lutten Kolderen, Slagharen de Belten en de Witteman nec non civitates dictas Hardenberg et Gramsbergen et pagos Heemse et Hoogeveen sicut dicta nova Statione includetur ad septentrionem per Stationem ad Coevorden, ad orientemOsnabrugensem, ad meridiem per Stationem in Ommeren et Vilsteren,et ad occidentem per Stationem in Avereest. Huiusmodi limitatio ita a Nobis constituta tam a Pastore in Avereest quam a Pastore nominando in Lutten eorumque successoribus stricte erit servanda. Quare exemplum praeventis Decreti, quod in Archivo Vice-Superiatus servabitur, dabitur Archopresbytero Dist Sallandiae et Drenthiae, eo nempe fine ut per ipsum detur exemplum Pastori in Avereest et suo tempore Pastori in Lutten.quod semper in dictis Stastionibus conservatum manere debet ad praevacandas in posterum omnes qaestiones quae oboriri possunt. In quorum fide hasce manu propria subsignatur, sigilloqae nostro nostro --- dedimus.
Hagae Comites, die decima mensis Februarie, anno 1842
INNOCENTIUS FERRIERI
Vertaling van het Latijns in Nederlands door Emeritus Pastoor Nibbelke te Hengelo (ov)
Van onze heilige Gregorius door de goddelijke voorzieningheid Paus XVI ere Kamerheer , Vice-Superior van de Hollandse Missie , en Bemiddelaar van de Heilige Stoel bij de zeer edele Koning van Nederland, etc.etc. Aan allen die dit lezen tot heil van de Heer Omdat wij duidelijk en zeker weten dat het voor de gelovige bewoners in Lutten zeer geschikt is een eigen pastoor en een eigen kerk te hebben, daarom staan wij middels dit Decreet van ons toe – in onze zorg om het welzijn van onze Missie te behartigen en altijd in ogenschouw nemend het heil van de gelovigen – dat een nieuwe Statie wordt opgericht , gescheiden van de Statie Avereest, ten behoeve van de gemeente met de naam Lutten in het district Salland van onze Hollandse Missie, dat als nieuwe Statie later gescheiden wordt van de Statie in Avereest door de grenzen tussen de burgelijke gemeenten met de naam Avereest en Ambt Hardenberg en omgeven wordt door heel de genoemde burgelijke gemeente, het Ambt Hardenberg, waarin de dorpen zijn – meestal Buurschappen genoemd – Lutten, Kolderen, Slagharen de Belten en de Witteman alsook de steden Hardenberg en Gramsbergen en de dorpen Heemse en Hoogeveen, zo dat de nieuwe Statie wordt ingesloten ten noorden door de Statie in Coevorden, ten oosten door Diocemin Osnabrugensem ( ? ) , ten zuiden door de Statie in Ommeren en Vilsteren, en ten westen door de Statie in Avereest. Deze door ons zo vastgestelde begrenzing zal zowel door de pastoor in Avereest als door de nog te benoemen pastoor in Lutten alsook door hun opvolgers nauwgezet worden gehandhaafd. Daarom zal een afdruk van het voorliggende Decreet , dat in het archief van de vice-superior bewaard zal worden, gegeven worden aan de aartspriester van Salland en Drenthe, met het duidelijke doel dat dezelfde afdruk aan de pastoor in Avereest en op zijn tijd aan de pastoor in Lutten gegeven zal worden, het exemplaar dat altijd in de genoemde Staties bewaard moet worden om in de toekomst alle kwesties te voorkomen die kunnen ontstaan, In trouw hieraan wordt dit met eigen hand ondertekend en hebben wij het met onze zegel bekrachtigd. De Raad van den Haag, 10 februari 1842.
Innocentius Ferrieri