De Bedelaarskolonie

zonder veroordeling opgeborgen...

Nadat Napoleon ons land berooid heeft achtergelaten, leeft 10% van de twee miljoen inwoners van ons land onder de armoedegrens. Een percentage dat in de steden oploopt tot zo’n 50%. De mislukte oogsten van 1816 en 1817 maken het er niet beter op. Nog meer mensen krijgen het heel moeilijk. Generaal Johannes van den Bosch
HBSN 33355 (1780-1844) sticht in 1818 met steun van Koning Willem I de Maatschappij van Weldadigheid, met als doel verpauperde landgenoten een nieuwe basis van bestaan bieden binnen de bescherming van de landbouwkoloniën, om vervolgens kansrijk terug te keren in de normale maatschappij. Onder de welgestelden vindt van den Bosch bijna 15.000 contribuanten die samen goed zijn voor zo’n 40.000 gulden per jaar. Daarnaast stromen nog diverse, soms zeer forse giften binnen. Zo ontstaat er voldoende draagvlak voor de verwezenlijking van het doel: Er wordt voorzien in werk, onderdak, onderwijs en zorg. Van den Bosch gaat voortvarend van start met de proefkolonie Frederiksoord en nog voordat het nut van deze aanpak kan worden bewezen, laat hij ook de volgende kolonieen in Drenthe uit de grond stampen.


links: Graaf Johannes van den Bosch. rechts: koning Willem I. bron: Wikipedia.org

Al snel realiseerde Van den Bosch dat de formule van vrijwilligheid niet afdoende was. Enerzijds was plaatsing in de koloniën bedoeld voor gezinnen –en er waren veel bedelaars die geen deel uitmaakten van een gezin- en anderzijds waren ook niet alle bedelaars bereid om vrijwillig naar Drenthe te gaan. Weliswaar was er in die tijd geen Hart van Nederland als communicatiekanaal, maar negatieve verhalen vonden ook in die jaren snel hun weg door het land. Tenslotte ontstond er ook binnen de koloniën een sterke behoefte aan een strafkolonie, een plaats waarnaar kolonisten opgezonden konden worden als tuchtmaatregel als zij zich niet aan de regels van de kolonie hielden.

Op zoek naar een geschikte plek voor een strafkolonie werd Van den Bosch geattendeerd op de verlaten Ommerschans, een verdedigingswerk dat in de tachtigjarige oorlog zijn functie had verloren en dat sinds de Franse tijd nog als munitie opslagplaats werd gebruikt. Daarbij was een gunstige factor dat de Ommerschans vlak aan de nieuwe vaart van Van Dedem lag, een project dat minder dan 10 jaar daarvoor was gestart onder Frans bestuur. Ten oosten van de Ommerschans ontstond nu een heuse veenkolonie, waarbij de Vaart werd gebruikt voor het afvoeren van turf uit de nieuwe veenderijen. Deze vaart zou ook prima kunnen dienen voor het aanvoeren van de bouwmaterialen voor het stichten van een nieuwe kolonie, en daarna voor het aanvoeren van bedelaars uit de grote steden in het westen van het land.

Begin 1819 bezoekt Van den Bosch de Ommerschans en die dag ontmoet hij Baron van Dedem HBSN 39159 bij de Lichtmis. Naar aanleiding van die ontmoeting stuurt Van Dedem op 12 januari een brief aan Van den Bosch, “geďllustreerd met een figuratieve kaart” waarop de ligging van de Ommerschans staat aangegeven in relatie tot de nieuwe veenkolonie. In deze brief prijst Van Dedem zijn vaart aan als de ideale mogelijkheid om bouwmaterialen voor een bedelaarskolonie aan te voeren, alswel als om de produkten van een landbouwkolonie af te voeren.


Aquarel van het bedelaars etablissement op de Ommerschans, gepubliceerd in 1828 in "Het Vaderland"
bron: universiteitsbibliotheek Groningen


Van den Bosch, die goede connecties met Koning Willem I heeft, krijgt op 14 augustus 1819 de Koninklijke toestemming dat de Maatschappij het vruchtgebruik over de Ommerschans krijgt. Binnen een maand wordt er een directeur aangesteld op de Ommerschans. Begin 1820 begint een ploeg bouwvakkers om de bestaande gebouwen op de Ommerschans geschikt te maken als onderkomen voor een eerste groep van ca. 60 bedelaars en hun bewakers die bij wijze van proef naar de Schans zullen komen om een aanvang te maken met de ontginning van de beoogde landbouwkolonie rond de Schans. In het voorjaar van 1820 arriveren de eerste daartoe gedwongen bewoners in de Ommerschans.

In 1821 ontwikkelt Johannes van den Bosch het definitieve plan voor de inrichting van de Ommerschans. Er moet op het centrale gedeelte van de Schans een gebouw komen waar kolonisten in grote kamers wonen en dat plaats zal bieden aan ruim duizend bedelaars. Rond de Ommerschans komen grote hoeven, beheerd door kolonisten gezinnen die er in Drenthe blijk van hebben gegevens zich goed en vlijtig te gedragen en die op deze wijze worden beloond. De hoevenaar gaat leiding geven aan groepen kolonisten die het land zullen bewerken.


Topografisch Militaire Kaart uit plm 1845 met de Ommerschans en de ligging van de Hoeven, en de gemeentegrenzen.
bron: dienst kadaster


De geschiedenis van de Ommerschans is schitterend verwoord in het boek "de Bedelaarskolonie" van de auteur Wil Schackmann, uitgegeven in 2013. ISBN 9789461642158. bezoek de website bij dit boek